Vuurwerk, eerste hulp?

De eerste hulp (jan 2016)

“Dit jaar wil ik vuurwerk afsteken!” Verbaasd kijk ik hem aan. Wat? Mijn zoon die vorig jaar nog naar binnen wilde omdat de knallen te hard waren?

“Tja, mama is niet van het vuurwerk en papa ook niet. Hoe moeten we dat dan hebben?”

Na wat heen en weer gepraat zegt hij: “Maar mam ik bedoel natuurlijk wel categorie 1 vuurwerk.” Alsof dat mij iets zegt, ik denk eerder aan harde knallen, pijlen die de verkeerde kant op vliegen, brandwonden eh… ‘De eerste hulp’. Een tikkeltje overdreven natuurlijk, maar van mij hoeft dat vuurwerk allemaal niet zo.

Op school is een mevrouw van bureau Halt geweest en Teun weet precies hoe het in elkaar steekt.

Plots herinner ik mij een zak die al jaren in de garage ligt. Wanneer Teun die ziet wordt hij helemaal enthousiast: “Dat is precies wat ik bedoel mama.” Er blijken naast partypoppers, trektouwtjes in, sterretjes en iets van steentjes die een plof geven wanneer je ze op de grond gooit. Teun is helemaal blij en mama’s hart weer gerust. Dit zal geen grote schade brengen toch?

Het moet allemaal bewaard worden tot oudjaarsavond, want dan pas mag je vuurwerk afsteken. Na de kaasfondue stappen we naar buiten om proef te draaien. Het is oud spul maar het lijkt het nog aardig te doen. De papiersnippers vliegen ons om de oren en de sterretjes worden met veel bravoure vastgehouden. De hand ver vooruit, want een beetje eng is het toch wel en de trektouwtjes komen wel heel dichtbij, die moet papa maar doen. Mama maakt wel foto’s.

Dan is het tijd voor Harry Potter, lekkere hapjes en het vuurwerk op de televisie. Na middernacht trekken we opnieuw naar buiten. Het is oud spul en niet alles brandt even gemakkelijk, papa krijgt er dan ook flink van langs wanneer hij niet volgens de regels aan de slag gaat.

Zelf is hij erg voorzichtig en toch wel een beetje een held op sokken. En heel eerlijk gezegd, vind ik dat in dit geval niet zo erg. Voorlopig lijkt het met mijn doemscenario’s wel mee te vallen, ik kan gerust slapen. Tenminste…

Nog geen 12 uur later rent er een jongetje naar de wc en klinkt er een harde gil: “Mama, je moet direct komen.” Raar gekreukeld ligt hij op de grond, zijn arm doet erg zeer. Het lijkt mee te vallen, maar uiteindelijk vertrouwen we het toch niet en zo zitten we op 2 januari toch bij de Eerste hulp. De arts stelt ons en vooral Teun gerust, waarschijnlijk slechts een behoorlijke kneuzing. Nu twee dagen later gaat het alweer een stuk beter. En mama staat weer met beide benen op de grond: ongelukjes komen toch altijd onverwacht.

* Eerder gepubliceerd in 2016 op de website van Centrum van Jeugd en Gezin

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmailby feather

Een reactie plaatsen